Maria gaat naar de supermarkt. Ze heeft een boodschappenlijstje. Ze moet melk, brood, kaas en appels kopen. De melk staat in de koeling. Het brood is bij de bakkerij. Maria vindt alles. Bij de kassa betaalt ze met haar pinpas. De kassière zegt: "Dat is 12 euro en 50 cent." Maria zegt: "Dank u wel. Dag!"